photo

U kunt zich hier aanmelden voor onze nieuwsbrief die maandelijks verschijnt!

Dan ontvant u de nieuwsbrief per email.

en u kunt zich hier afmelden.

Foto Notaris Simonis

Nieuwsbrief November 2007

Samenwonen en pensioen

Het blijkt nog steeds dat veel partners elkaar niet aanmelden voor de partnerpensioenregeling. Het gevolg is dat bij overlijden van 1 van de partners de achterblijvende partner geen nabestaandenpensioen krijgt. Meestal heeft de achterblijvende partner daar wel op gerekend. Aanmelding bij de pensioenmaatschappij van uw partner is dus noodzakelijk om recht te krijgen op het pensioen. Doorgaans zal de pensioenmaatschappij als voorwaarde stellen dat de partners een samenlevingscontract sluiten. Een samenlevingscontract sluit u af via een notaris. Het is mogelijk dat de pensioenpremie door aanmelding van uw partner wordt verhoogd. Dit verschilt per pensioenfonds. Er zijn ook fondsen waar dit niet zo is. De hoogte van de uitkering varieert ook, maar ligt meestal op 70 procent van het pensioen dat de overleden partner zou krijgen.

Ouderdomspensioen krijgt u als u met pensioen gaat. Zodra u trouwt of zich bij de burgerlijke stand van de gemeente als partners laat registreren, krijgt uw echtgenoot/partner recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Mocht het dus zo zijn dat u van echt gaat scheiden, dan moet dat pensioen waarop de ex-echtgenoot/partner recht heeft dus op enigerlei wijze met hem worden verrekend. Dit kan ook juist de bedoeling zijn. Bijvoorbeeld wanneer één van de echtgenoten/partners voornamelijk huishoudelijke taken heeft verricht, waarvoor geen inkomen is ontvangen. Of wellicht heeft een van de echtgenoten/partners een uitkering. Wie het ouderdomspensioen wel wil verrekenen moet binnen 2 jaren na de echtscheiding een mededeling doen aan de pensioenmaatschappij.

Maar soms is de pensioenopbouw bij beide partners gelijk of wilt u eenvoudig geen verrekening van uw opgebouwde pensioenrechten met uw ex. U kunt dan verrekening voorkomen door in huwelijksvoorwaarden een clausule daarover op te nemen.
Huwelijksvoorwaarden maakt u via een notaris.
Een andere mogelijkheid is na de scheiding afstand te doen van de pensioenrechten van de ex-echtgenoot/partner. U maakt dan vooraf geen afspraken en vertrouwt erop dat uw ex-echtgenoot/partner woord houdt en zal meewerken aan de afstand. Als uw ex alsnog besluit dat niet te doen, kunt u daartegen niets beginnen.

Heeft u een vriend of familielid die bij u inwoont?

Het komt nogal eens voor dat moeder eigenaar is van een woning en in verband met haar verzorging een kind of vriendin bij haar inwoont zonder dat sprake is van een huurcontract of officieel recht van bewoning. Wat gebeurt er wanneer moeder overlijdt? Heeft het kind dan een woonrecht? Heeft de vriendin een woonrecht?

Er van uitgaande dat er geen testament is waarin het kind en de vriendin alsnog een woonrecht krijgen, is er voor beiden geen woonrecht. De vriendin is dan het slechtste af, want die is niet eens erfgenaam. Het kind doorgaans wel, dus die krijgt sowieso een onverdeeld aandeel in de eigendom van de woning. De woning kan in overleg met de andere kinderen dan aan het inwonende kind worden toegedeeld, zodat het kan blijven wonen.

De vriendin zal dus andere woonruimte moeten zoeken, tenzij de erfgenamen van moeder het goed vinden dat ze blijft wonen. Het is wel raadzaam dan een contract af te sluiten met de vriendin. Bijvoorbeeld een huurovereenkomst of een andere overeenkomst waarbij zij een woonrecht krijgt. Uw notaris kan u nader informeren. Doorgaans is het zo dat een rechter wel van de erfgenamen verlangt dat zij de vriendin een redelijke termijn geven om andere woonruimte te zoeken. Daarvoor is echter geen termijn in de wet opgenomen. In samenlevingscontracten wordt doorgaans een termijn van 3 maanden genomen. In het erfrecht geldt een termijn van 6 maanden. Het is echter afhankelijk van de situatie. Samenlevingscontracten zien doorgaans op jonge mensen die redelijk mobiel zijn. Bij mensen op leeftijd is een langere termijn redelijk.

Is de rente van uw hypotheek ongeveer gelijk aan het eigenwoningforfait en houdt u de hypotheek daarom in stand?

Dat is niet nodig. Wanneer u de hypotheek aflost heeft u weliswaar geen renteaftrek meer in box 1 maar u krijgt in ruil daarvoor een aftrekpost ter hoogte van het eigen- woningforfait (Wet Hillen). Per saldo komt dat dus op hetzelfde neer en is het 'saldo eigen woning' nul.

Nog belastingvrij schenken dit kalenderjaar?

U kunt aan ieder van uw kinderen dit jaar nog een bedrag van € 4.412,00 belastingvrij schenken. Is uw kind of zijn echtgenoot/geregistreerd partner nog geen 35 jaar? Dan mag u éénmalig een bedrag van € 22.048,00 belastingvrij schenken. Aan een willekeurige derde mag een bedrag van € 2.648,00 belastingvrij worden geschonken. Wanneer u wilt voorkomen dat uw eigen kind bij een eventuele echtscheiding uw schenking met zijn ex-partner moet verrekenen, dan moet u bij de schenking een uitsluitingsclausule laten opnemen. Vraag uw notaris naar de mogelijkheden.

Bent u directeur-grootaandeelhouder (dga) en was u VOOR 8 juli 1994 in loondienst bij een andere werkgever dan uw eigen BV?

Maak dan gebruik van de regeling waardoor u extra pensioen kunt opbouwen door oude dienstjaren in te kopen.
U mag de dienstjaren dat u niet bij uw eigen BV in dienst was maar in loondienst bij een derde werkzaam bent geweest, opvoeren als bedrijfslast. U kunt dit bedrag dus aftrekken van de winst waardoor u minder vennootschapsbelasting betaalt. U mag dit bedrag in 1 keer van de winst aftrekken en hoeft het niet uit te smeren over een aantal jaren (HR 2005). Vraag uw belastingadviseur naar de voorwaarden.

Nog een wetenswaardigheid voor de dga!

Vanaf 1 januari 2008 is de dga die als enige op de loonlijst van zijn eigen BV staat GEEN loonheffingen meer verschuldigd. Het salaris wordt belast met via de aangifte Inkomstenbelasting. Voorts vervalt de aftrek van speur- en ontwikkelingswerk en de toepassing van eindheffingen.

Tot slot gewoon een leuke anecdote

In de 16e eeuw bemoeiden de doktoren zich reeds met het feit of wijn goed was voor de gezondheid. Als ik mij niet vergis, is intussen de mening dat 1 of 2 glazen wijn goed zouden zijn.
Maar zo simpel als het hiervoor is gesteld, was het volgens hen toch niet.
Voor jongeren moest de wijn altijd gekoeld worden geserveerd. Niet omdat dat de wijn lekkerder zou maken, maar om een tegenwicht te bieden tegen de opgewonden natuur van de jeugd. Een verhit gemoed werd nog eens extra gevoegd door warme wijn. Afkoelen dus!
Voor ouderen daarentegen moest de wijn warm zijn. De Italiaanse arts Baldasare Pisanelli schreef: 'Een aanvullende warmtebron is vereist om de kou van de ouderdom te overwinnen.'
Wijn is dus altijd gezond als je hem maar op de juiste temperatuur serveert.